Tegen de Regen
Onder het grauwe wolkendek, alleen, staat hij stil, de jongen in de regen. Zijn voeten zijn nat, zijn hart nog veel meer, maar vandaag doet het zwijgen geen zeer. Druppels tikken ritmisch op zijn jas, alsof ze luisteren, als een stille pas van iets dat komt, maar nooit echt blijft, dat alleen sporen van stilte achterlaat en verdwijnt. Hij vertelt over angsten, over pijn, over nachten waarin hij zichzelf niet durfde te zijn. Over woorden die hij inslikte als steen, over dromen die verdwenen, één voor één. De regen luistert zonder één geluid, en wast zijn zorgen langzaam uit. En juist daarin schuilt de kracht, dat hij eindelijk durft wat hij nooit had gedacht. Hij laat zichzelf los, en dat is goed, in elke druppel groeit zijn moed. Elke regenvlaag neemt iets mee, van wat hij droeg, van zijn verleden, zijn idee. Hij huilt niet meer, hij is niet klein, hij voelt zich licht, hij mag er zijn. De lucht klaart op, de last is gewist, en nu weet hij wie hij werkelijk is.
Poetry Books 50% Off
Bestselling collections from top poets
