Dat dacht ik
Ik dacht eraan om te stoppen met denken, maar dacht te veel na over hoe dat moest. Elke uitweg werd een nieuwe ingang, elke stilte een echo van ruis. Ik liep in cirkels van mijn eigen vragen, draden zonder einde, strak om mijn hoofd. Zelfs het loslaten voelde als vasthouden aan iets wat ik niet begreep, maar kende. Mijn hoofd is een huis zonder deuren, met ramen die alleen naar binnen kijken. Gedachten als schaduwen op de muren, ik volg ze, maar ze leiden nergens heen. Ik zocht een sleutel in elke gedachte, maar vergat steeds waar ik begon. En soms denk ik dat ik bijna vrij ben, maar dan bedenk ik wat ‘vrij’ betekent. En voor ik het weet, zit ik weer vast, in een gedachte over ontsnappen. Ik bouw kamers in mezelf en verdwijn erin, zachtjes, alsof verdwalen een keuze is. Een doolhof van vragen, waar stilte fluistert, en denken nooit stopt. En als ik denk dat ik eruit ben, kom ik terecht bij de volgende deur. De gangen eindeloos, zonder doel, het begin vervaagt en het einde is nooit te vinden, enkel in gedachten gevangen.
Poetry Books 50% Off
Bestselling collections from top poets
